Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 1979

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 7 december 1979

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 1979, ECLI:NL:PHR:1979:AC0076.

Over de door het hof bedoelde "oirbare motieven" behoefde het hof zich, dunkt me, niet nader uit te laten nu immers hetgeen [eiser] had aangevoerd ter adstructie van zijn stelling, dat de Gemeente geen oirbare motieven had, in het bestreden arrest uitdrukkelijk is behandeld en verworpen. Het betreft hier het verwijt dat de Gemeente slechts winst beoogt te maken met haar nakomingsvordering. Het hof heeft kennelijk geoordeeld dat de - veronderstellenderwijs aanwezig geachte - wens van de Gemeente om winst te maken, d.w.z. door het verwerven van de eigendom te profiteren van inmiddels ingetreden waardestijgingen, op zichzelf niet oirbaar is. Dat oordeel en de daarvoor gegeven motivering lijkt me juist. Niet valt in te zien waarom de Gemeente niet, net als iedere willekeurige koper, de eigen belangen - materiële daaronder begrepen - binnen de grenzen van redelijkheid en beginselen van behoorlijk bestuur zou mogen behartigen door te insisteren op levering in de door het hof geschetste omstandigheden. De Gemeente behoeft als privaatrechtelijke koper niet een afzonderlijk belang om haar recht op nakoming, opleverende eigendomsverwerving, te realiseren. Derhalve is voor dat recht niet fataal dat de Gemeente het litigieuze pand niet meer nodig heeft om de bestaande plannen voor het Oranjeplein te verwerkelijken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eeb38549daa9cfda6dc0d85de8b5ef1c3b1806f99075fe4ef414d3afbecb18f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eeb38549daa9cfda6dc0d85de8b5ef1c3b1806f99075fe4ef414d3afbecb18f9, en de alinea staat in dat document op bytes 22677 tot 24053.