Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 januari 1979

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 19 januari 1979

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 januari 1979, ECLI:NL:PHR:1979:AC6464.

In het onderhavig geding heeft [verweerder], stellende, dat het hem gegeven ontslag nietig is, omdat het is gegeven zonder de toestemming van de directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau (art. 6, lid 1, j° art. 9 B.B.A.), doorbetaling gevorderd van zijn loon c.a.. B.C.A. heeft de vordering van [verweerder] bestreden. Zij heeft gesteld, dat het ontslag rechtsgeldig was gegeven, daar op de arbeidsovereenkomst van [verweerder] engels recht van toepassing was en dat derhalve het voorschrift van art. 6, lid 1, B.B.A. voor de onderhavige dienstbetrekking niet gold. In reconventie heeft B.C.A. van [verweerder] betaling gevorderd van een bedrag van ƒ 24.412,06, zijnde het totaal van hetgeen [verweerder] in de periode van 1 januari 1968 tot 31 december 1972 teveel, d.w.z. onverschuldigd, als loon is uitbetaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3a6b8f8a9d8cf81968fada68118279b48185313ef07532b3ab4a559b755ada14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3a6b8f8a9d8cf81968fada68118279b48185313ef07532b3ab4a559b755ada14, en de alinea staat in dat document op bytes 4755 tot 5585.