Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 januari 1979

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 19 januari 1979

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 januari 1979, ECLI:NL:PHR:1979:AC6464.

Bij het vierde cassatiemiddel heeft B.C.A. m.i. geen belang. Naar mijn mening moet de beslissing van de Rechtbank te dezen aldus worden begrepen, dat zij het vonnis van de Kantonrechter in reconventie gewezen slechts in zoverre heeft vernietigd, waar daarin besloten ligt, dat de Kantonrechter bevoegd was van de zaak kennis te nemen. De Rechtbank heeft het geding in reconventie immers verwezen ‘’in de stand waarin het zich thans bevindt’’, d.w.z. in de stand van hoger beroep. Uit de vernietiging van het vonnis van de Kantonrechter kan dus niet worden afgeleid, dat de rechter, naar wie het geding is verwezen, zijn oordeel moet geven als ware hij de rechter in eerste aanleg.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3a6b8f8a9d8cf81968fada68118279b48185313ef07532b3ab4a559b755ada14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3a6b8f8a9d8cf81968fada68118279b48185313ef07532b3ab4a559b755ada14, en de alinea staat in dat document op bytes 12136 tot 12837.