Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 januari 1979
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 19 januari 1979
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 januari 1979, ECLI:NL:PHR:1979:AC6464.
Maar ook langs een andere weg kan men, naar mijn mening tot een bevestigende beantwoording van vorenbedoelde vraag komen. Art. 134 Rv. geeft de eiser zonder enige beperking de bevoegdheid tot de afloop van het geding zijn eis te vermeerderen. Welnu door het appelexploit is het geding in hoger beroep hangende. Men kan de eisvermeerdering bij memorie van grieven zien als een grief tegen het vonnis van de eerste rechter, waarvan dan ook, zoals in casu de vernietiging wordt gevorderd en tevens de toewijzing van de vermeerderde eis. Men zou voor deze opvatting steun kunnen vinden in HR. 28 juni 1957 NJ. 1957, 482 m.n. L.E.H.R. Met verwijzing naar dat arrest schrijft Jansen (Burgerlijke Rechtsvordering, ed. Kluwer, bldz. 285):
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3a6b8f8a9d8cf81968fada68118279b48185313ef07532b3ab4a559b755ada14. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3a6b8f8a9d8cf81968fada68118279b48185313ef07532b3ab4a559b755ada14, en de alinea staat in dat document op bytes 13866 tot 14609.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3a6b8f8a9d8cf81968fada68118279b48185313ef07532b3ab4a559b755ada14 | shasum -a 256