Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 december 1979
Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 12 december 1979
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 december 1979, ECLI:NL:PHR:1979:AX0249.
Ad b . Daargelaten, of een fout als de onderhavige in een onderneming als die van de belanghebbende onmiddellijk, althans na korte tijd, zal worden opgemerkt, ten dezen gaat het om de uitspraak op een bezwaarschrift, ingediend door een deskundige gemachtigde, in welk bezwaarschrift de grief nauwkeurig gekwantificeerd was. Het voor de belanghebbende bestemde afschrift van de uitspraak, waarvan een copie als bijlage bij het vertoogschrift tot de stukken van het geding behoort, is dan ook toegezonden aan de gemachtigde. De kenbaarheid van de fout moet dus getoetst worden aan het inzicht van de gemachtigde. Dienaangaande heeft het Hof overwogen (blz. 5 v. ), "dat . . het de gemachtigde aanstonds duidelijk moet zijn geweest dat het bedrag van de aanslag niet nihil behoorde te zijn". Deze vaststelling van feitelijke aard kan in cassatie niet getoetst worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee0853800f7f7b76f5e17caf13e2f18f2c8c05c240ad0f73f81e0cd21becf9c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee0853800f7f7b76f5e17caf13e2f18f2c8c05c240ad0f73f81e0cd21becf9c5, en de alinea staat in dat document op bytes 9966 tot 10890.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee0853800f7f7b76f5e17caf13e2f18f2c8c05c240ad0f73f81e0cd21becf9c5 | shasum -a 256