Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 december 1979
Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 12 december 1979
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 december 1979, ECLI:NL:PHR:1979:AX0249.
Raadpleegt men bij de bestudering van de onderhavige problematiek hetgeen de algemene administratiefrechtelijke litteratuur inhoudt omtrent administratieve beschikkingen, dan dient men bedacht te zijn op de mogelijkheid, dat hetgeen geleerd wordt aangaande de rechtskracht van de beschikkingen, aangaande gebrekkige beschikkingen en aangaande de mededeling van de beschikkingen aan de betrokkenen, op aanslagen niet toegepast kan worden voor zover het belastingrecht daarvoor een eigen regeling bevat (zie W. Konijnenbelt, Geschriften van de V.A.R., LXXIV, blz. 79). De fiscaalrechtelijke regeling van de navordering wordt in de administratiefrechtelijke litteratuur intussen behandeld als een voorbeeld van ("Nederlands bestuursrecht" I, 4e druk, 1974 (A.M. Donner), blz. 266) "intrekking met terugwerkende kracht van gunstige beschikkingen" (verg. Donner, De rechtskracht van administratieve beschikkingen, 1941, blz. 105 v .; D. van der Wel, Administratiefrechtelijke nulliteiten, 1950, blz. 53 v .; J.R. Stellinga, Grondtrekken van het Nederlands administratiefrecht, 2e druk, 1973, blz. 142; Scheltens, Geschriften t.a.p., blz. 111 v. ; Konijnenbelt t.a.p., blz. 74). Formeel moge dit onjuist zijn - de aanslag wordt in geval van navordering niet ingetrokken, maar er komt een andere belastingaanslag, de navorderingsaanslag, bij (zie Van der Wel t.a.p .; Scheltens t.a.p .; algemener gezegd: vaststellende beschikkingen, zoals een aanslag, zijn niet vatbaar voor intrekking; zie Stellinga, a.w., blz. 146) -, maar materieel gaat het telkens om (Van der Wel t.a.p. ) "een verbetering door de administratie van een onjuiste beschikking". Het is dan ook begrijpelijk, dat, waar de ene auteur de term "intrekking" gebruikt, anderen spreken over "vernietiging" of "herziening". De op het eerste gezicht bevreemdende aanduiding van een aanslag als een "gunstige beschikking" (men pleegt belastingaanslagen te noemen als een voorbeeld van belastende beschikkingen; zie H.D. van Wijk, Hoofdstukken van administratief recht, 3e druk door Konijnenbelt, 1976, blz. 58; P. de Haan, Th. G. Drupsteen en R. Fernhout, Bestuursrecht in de sociale rechtsstaat, 1978, blz. 265; Scheltens, De Algemene wet inzake rijksbelastingen, blz. 331) is bij nader toezien wel juist: door zijn vaststellende karakter is de aanslag tegelijkertijd belastend ("X is zo veel schuldig") en gunstig ("X is niet meer schuldig dan dat"). Konijnenbelt, Geschriften t.a.p., spreekt van "het intrekken van een relatief begunstigende beschikking, nl. een te lage aanslag". Terminologisch zuiverder is het wellicht met Van der Wel, a.w., blz. 5, het onderscheid in belastend en begunstigend uitsluitend te betrekken op constitutieve, niet op rechtsvaststellende beschikkingen (aldus ook Damen t.a.p., blz. 88). Hoe dit alles zij, de oplegging van een navorderingsaanslag betekent de verbetering van het aan de aanslag verbonden gunstige rechtsgevolg, te weten dat aan de aangeslagene geen hogere belastingschuld werd toegerekend dan in de aanslag was neergelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee0853800f7f7b76f5e17caf13e2f18f2c8c05c240ad0f73f81e0cd21becf9c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee0853800f7f7b76f5e17caf13e2f18f2c8c05c240ad0f73f81e0cd21becf9c5, en de alinea staat in dat document op bytes 25769 tot 28838.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee0853800f7f7b76f5e17caf13e2f18f2c8c05c240ad0f73f81e0cd21becf9c5 | shasum -a 256