Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 1979
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 1979
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 1979, ECLI:NL:PHR:1979:AX2764.
Van der Heijden-Van der Grinten t.a.p., blz. 308). Als tegenstelling tot deze "juridische" eigendom duidt men het belang van de certificaathouder gaarne aan als "economische eigendom" (zie J.E.A.M. van Dijck, W.F.R. 4353 d.d. 1 juni 1957, jaargang 86, blz. 455; 4504 d.d. 21 mei 1960, jaargang 89, blz. 438; Smeetsbundel, 1967, blz. 187; De aanmerkelijk-belangregeling, Fed's Fiscale Brochures, IB:6.1A, 2e druk, 1977, blz. 46; Stubbé t.a.p .; Sanders t.a.p., blz. 25; F.H.M. Grapperhaus, De besloten nv fiscaal vergeleken met de persoonlijke ondernemer en met de open nv, 1966, blz. 123; M.J.H. Smeets, W.F.R. 4897 d.d. 2 mei 1968, jaargang 97, blz. 400). Ik ben geen bewonderaar van die term, maar meen ten dezen te kunnen volstaan met een tweetal kanttekeningen, namelijk dat (Toelichting bij het Ontwerp voor een nieuw burgerlijk wetboek, art.3.6.2.7, le al.) "de certificaathouders ..... slechts met het administratiekantoor in persoonlijke rechtsbetrekking" staan en dat (W.C. Treurniet, Certificering van onroerend goed, prae-advies Broederschap der notarissen in Nederland, 1964, blz.85) "Het begrip economische eigendom niet zodanig scherp omlijnd (is), dat men niet zou kunnen variëren al naar gelang het ene of het andere fiscale voorschrift voor toepassing in aanmerking komt;" Voor de toepassing nu van art. 24 I.B.'64 is niet de eigendom doorslaggevend, maar of de belastingplichtige (verg. art. 29 I.B. '41) "krachtens zakelijk recht of persoonlijk recht van vruchtgenot, inkomsten trekt" (zie Fiscale encyclopedie de Vakstudie, deel 2, art. 24 I.B.'64, aant. 4; verg. Van Dijck, Smeetsbundel, blz. 181 v.). De dividenden die de oprichtersaandeelhouders vóór de certificering genoten uit hoofde van hun eigendomsrecht, kwamen hun nadien toe uit hoofde van hun persoonlijke recht jegens de Stichting de vruchten van de oprichtersaandelen te ontvangen (zie H.R. 22 januari 1958, BNB 1958/86; 19 maart 1958, BNB 1958/185). Slechts wordt het tijdstip waarop dividend in contanten voor de heffing van de inkomstenbelasting in aanmerking wordt genomen, volgens de heersende leer verschoven naar het tijdstip waarop het voor de certificaathouder bij de Stichting (art. 33, lid 1, letter b, I.B. '64) "inbaar (is) geworden" (zie res. 21 juli 1958, nr. B8/2151, Belastingberichten (oude reeks), I. 1428, lid 2; W.E. Kremer, Belastingbeschouwingen, oktober 1958, I. 3; A.J. van Soest, De naamlooze vennootschap, mei 1959, jaargang 37, blz. 38 ; H. Merckens, W.F.R.4718 d.d. 10 september 1964, jaargang 93, blz. 768). Maar bijzondere uitkeringen moeten ten opzichte van de certificaathouders op de zelfde wijze gekwalificeerd worden als ten opzichte van de oprichtersaandeelhouders zelf (aldus implicite H.R. 19 maart 1958, BNB 1958/184 met noot Hollander; 18 februari 1959, BNB 1959/124 met noot P. den Boer) en bij verkoop van certificaten aan de betrokken n.v. kan van een uitdeling van winst sprake zijn (zoals wanneer zij haar eigen aandelen inkoopt; zie Hof 's-Gravenhage 17 november 1970, BNB 1971/225, Vakstudie-Nieuws (V.- N.) 9 december 1971, punt 7).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e3236deb04f54a9bcc8c2ae4c4e4f2ca25fd34d261dbf6bd01e32e580b144017. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e3236deb04f54a9bcc8c2ae4c4e4f2ca25fd34d261dbf6bd01e32e580b144017, en de alinea staat in dat document op bytes 10788 tot 13870.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e3236deb04f54a9bcc8c2ae4c4e4f2ca25fd34d261dbf6bd01e32e580b144017 | shasum -a 256