Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 1979
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 1979
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 1979, ECLI:NL:PHR:1979:AX2764.
Uit de vorenstaande beschrijving van de rechtsgeschiedenis en de jurisprudentie blijkt wel, dat ook thans nog juist is hetgeen Van Dijck in W.F.R. 4994 d.d. 28 mei 1970, jaargang 99, blz. 455, schreef: "dat de vraag wanneer het hoofdkenmerk (de onzekere factor) van het begrip p.u. aanwezig is op dit moment niet duidelijk uit de jurisprudentie valt af te leiden." (verg. voorts J.J.J.H. Daniels, FED, IB( '41) : Art. 34:36 e. v. ; J.C.J. van Vucht, Persoonlijke verplichtingen, Fed's fiscale brochures, IB: 2.20,1970, blzz. 23 e.v .; J.F.M. Giele, Periodieke uitkeringen, ibid., IB:5.50, 1973, blzz. 23 e.v.). Inderdaad valt er geen stellig antwoord uit op te maken op de thans aan de orde zijnde vraag, of een winstaandeel voor een reeks van ten minste 8 jaren, met een aflopend maximum, onder omstandigheden een zo stellig uitzicht op dat maximum kan bieden, dat het niet meer als een periodieke uitkering aangemerkt kan worden. Het betreft naar de onderscheiding van Van Dijck t.a.p., blzz. 452 e.v., "een uitkering, die zich als een p.u. presenteert". Naar het mij voorkomt, volgt uit de jurisprudentie, dat bij zulke uitkeringen de kwalificatie als periodieke uitkering verhinderd wordt, indien de onzekerheid dat een bepaald vast bedrag tot uitkering komt, zo gering is, dat:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e3236deb04f54a9bcc8c2ae4c4e4f2ca25fd34d261dbf6bd01e32e580b144017. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e3236deb04f54a9bcc8c2ae4c4e4f2ca25fd34d261dbf6bd01e32e580b144017, en de alinea staat in dat document op bytes 28365 tot 29661.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e3236deb04f54a9bcc8c2ae4c4e4f2ca25fd34d261dbf6bd01e32e580b144017 | shasum -a 256