Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 1979
Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 1979
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 1979, ECLI:NL:PHR:1979:AX2764.
Ad 2 . Hoewel men ook ter bepaling van de al dan niet bijkomstige betekenis van de onzekerheid aanwijzingen zou kunnen zoeken in de subjectieve bedoelingen van de betrokkenen, gaat het hier toch (althans mede) om een objectieve, door de rechter te verrichten beoordeling van het geheel van modaliteiten van de uitkering. Zie H.R. 23 april 1947, B. 8393 (overwegende, "dat .... de in de overeenkomst opgenomen voorwaarden generlei zekerheid medebrengen, dat het bedrag van f 9.000 ooit in zijn geheel zal worden voldaan"); 13 juni 1956, BNB 1956/239 (in welk geval de Raad van beroep het uitgangspunt van de betrokkenen zelf beoordeelde en juist bevond alvorens het te volgen); 10 april 1957, BNB 1957/177 (overwegende, "dat de Raad van Beroep terecht (cursivering van mij, v.S. ) heeft beslist, dat .... zodanige betekenis aan dat beding in het onderhavige geval niet kan worden toegekend"). Ook in de overige gevallen waarin de onzekerheid te gering werd geoordeeld, was het steeds het eigen oordeel van de rechter dat beslissend was; wel is het mogelijk enige nuances te constateren met betrekking tot de mate waarin dat oordeel in cassatie ten toets kwam.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e3236deb04f54a9bcc8c2ae4c4e4f2ca25fd34d261dbf6bd01e32e580b144017. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e3236deb04f54a9bcc8c2ae4c4e4f2ca25fd34d261dbf6bd01e32e580b144017, en de alinea staat in dat document op bytes 30320 tot 31574.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e3236deb04f54a9bcc8c2ae4c4e4f2ca25fd34d261dbf6bd01e32e580b144017 | shasum -a 256