Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 1979

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 1979

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 1979, ECLI:NL:PHR:1979:AX2764.

Ad c . Indien aandeelhouders (en dus ook oprichtersaandeelhouders en houders van certificaten van (oprichters-)aandelen) afstand doen van een deel van hun aanspraken op winstdeling (i.c. van het hiervóór onder 3 bedoelde recht) en zij daarvoor van de NV een bedrag ineens ontvangen, dan behoort dit bedrag als (art. 31, lid 1, I.B. '64) "genoten .... ter vervanging van .... te derven inkomsten" mede "Tot de inkomsten" (zie mijn noot, BNB 1961/1; De Nederlandse onderneming (D.N.O.) 7 mei 1971, jaargang 4, blz. 441; zie voorts voor geval de tegenprestatie bestaat uit aandelen, deels van de NV zelf, deels van een andere vennootschap, H.R. 11 april 1934, B. 5601, en verg. voor geval het afgestane recht van andere aard is, H.R. 26 oktober 1960, BNB 1961/1 met mijn noot).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e3236deb04f54a9bcc8c2ae4c4e4f2ca25fd34d261dbf6bd01e32e580b144017. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e3236deb04f54a9bcc8c2ae4c4e4f2ca25fd34d261dbf6bd01e32e580b144017, en de alinea staat in dat document op bytes 33302 tot 34136.