Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 1979

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 1979

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 1979, ECLI:NL:PHR:1979:AX2764.

Voor zover uit de genoemde arresten blijkt, betrof het steeds gevallen waarin de vaststelling van het dividend een bevoegdheid van de algemene vergadering van aandeelhouders was. Kennelijk is die situatie ook in res. 7 juni 1956, nr. 3, lid 5, verondersteld. Zijn de aandeelhouders gerechtigd tot een bepaald percentage van de winst, dan komt hun desbetreffende vorderingsrecht tot stand door de vaststelling van de winst (zie A.J. van Soest, BNB 1955/129), maar uit de bestreden uitspraak (overweging 3, blz. 3, waar art. 37 van de statuten van de NV wordt geciteerd) blijkt, dat in het onderhavige geval ook die vaststelling een bevoegdheid van de algemene vergadering van aandeelhouders is. In het hiervóór bij onderdeel I, ad a, veronderstelde geval, dat de Stichting gehouden is het dividend onverwijld door te geven aan de certificaathouders, doet de winstvaststelling (ook in de heersende leer, die aanvaardt, dat de certificering het tijdstip van genieten in de zin van art. 33, lid 1, I.B'64 verschuift) ook voor de certificaathouders het corresponderende vorderingsrecht ontstaan (zie Hollander t.a.p .; H.R. 15 mei 1957, BNB 1957/210; 27 mei 1959, BNB 1959/239).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e3236deb04f54a9bcc8c2ae4c4e4f2ca25fd34d261dbf6bd01e32e580b144017. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e3236deb04f54a9bcc8c2ae4c4e4f2ca25fd34d261dbf6bd01e32e580b144017, en de alinea staat in dat document op bytes 41932 tot 43120.