Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 1979
Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 1979
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 1979, ECLI:NL:PHR:1979:AX2764.
Anders is het evenwel gesteld met de verkoop van een winstbewijs aan een derde (zie H.R. 29 april 1952, B. 9218; 23 juni 1971, BNB 1971/152 met noot A.J. van Soest; Hof Arnhem 23 januari 1961, BNB 1961/305). Dit is in beginsel, naar ook volgt uit art. 25, lid 1, letter f, I.B. '64 a contrario, een vermogenstransactie die, daar de bron, het winstbewijs, blijft bestaan, geen aanleiding geeft tot de heffing van inkomstenbelasting. Naar mijn oordeel komt men aan de vraag, of de certificaten B als een winstbewijs zijn aan te merken, niet toe, nu de certificaathouders niet meer kregen dan persoonlijke rechten (onder meer) van vruchtgenot jegens de Stichting; bron bleven de oprichtersaandelen. Maar ook wie daarover anders oordeelt, zal in de splitsing van de certificaten zeer kort vóór de verkoop bezwaarlijk het ontstaan van een afzonderlijk zelfstandig winstbewijs kunnen zien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e3236deb04f54a9bcc8c2ae4c4e4f2ca25fd34d261dbf6bd01e32e580b144017. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e3236deb04f54a9bcc8c2ae4c4e4f2ca25fd34d261dbf6bd01e32e580b144017, en de alinea staat in dat document op bytes 48673 tot 49571.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e3236deb04f54a9bcc8c2ae4c4e4f2ca25fd34d261dbf6bd01e32e580b144017 | shasum -a 256