Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 1979

Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 1979

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 1979, ECLI:NL:PHR:1979:AX2764.

Op 13 januari 1969 (overweging 3, blz. 10) "na een mondelinge bespreking op 7 januari 1969" schreef mr.[J] (Loyens & Volkmaars) aan "De Heer inspecteur der directe belastingen, Klein Heiligland, Haarlem, t.a.v. de Heer [P] (contact inspecteur voor I.B .- aangiften [A] )" over de voorgenomen transacties met het verzoek te verklaren, dat noch de beperking van de winstrechten, noch de verkoop van de "winstbewijzen" aanleiding zou zijn tot heffing van inkomstenbelasting. Op 14 maart 1969 schreef de heer [P] aan mr. [J] de kwalificatie "winstbewijs" op de beperkte rechten niet van toepassing te achten en in de toekenning van het beperkte recht een uitkering van dividend te zien. Nadat mr. [J] zulks had verzocht (de tekst van dat verzoek behoort niet tot de stukken van het geding), schreef de heer [P] hem op 27 maart 1969 onder verwijzing naar zijn eerdere brief en naar het bedoelde verzoek (blz. 13), "dat een op de afgifte van de "winstbewijzen" volgende vervreemding der "winstbewijzen" aan anderen dan [A] geen aanleiding zal geven tot heffing van inkomstenbelasting bij de vervreemders".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e3236deb04f54a9bcc8c2ae4c4e4f2ca25fd34d261dbf6bd01e32e580b144017. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e3236deb04f54a9bcc8c2ae4c4e4f2ca25fd34d261dbf6bd01e32e580b144017, en de alinea staat in dat document op bytes 52413 tot 53529.