Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 1979
Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 1979
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 1979, ECLI:NL:PHR:1979:AX2764.
Het Hof heeft de Inspecteur gevolgd uit overweging, dat deze ("omtrent het geschil", 16e al.) "er redelijkerwijs van mocht uitgaan, dat sprake was van een gewone verkoop van winstbewijzen; dat ... aan [K] uit de met de aanslagregelaar gevoerde telefoongesprekken en gewisselde brieven duidelijk moet zijn geworden dat deze de brieven van 13 januari, 14 maart en 27 maart 1969 niet kende en niets hem belette behalve de brief van 27 maart 1969 ook de andere brieven aan de aanslagregelaar te doen toekomen; dat toch onder deze omstandigheden belanghebbende redelijkerwijs aan de gevoerde correspondentie geen bescherming tegen de - algemeen bestaande navorderingsbevoegdheid van de inspecteur vermag te ontlenen".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e3236deb04f54a9bcc8c2ae4c4e4f2ca25fd34d261dbf6bd01e32e580b144017. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e3236deb04f54a9bcc8c2ae4c4e4f2ca25fd34d261dbf6bd01e32e580b144017, en de alinea staat in dat document op bytes 55703 tot 56429.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e3236deb04f54a9bcc8c2ae4c4e4f2ca25fd34d261dbf6bd01e32e580b144017 | shasum -a 256