Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 1979

Alinea 96 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 1979

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 1979, ECLI:NL:PHR:1979:AX2764.

Naar het mij voorkomt, volgt uit de vast staande feiten niet zonder meer, dat de Inspecteur met betrekking tot de regeling van de aanslag in het geheel niets aan Inspecteur [P] en/of diens ambtsopvolger heeft overgelaten dan wel zich niet door hen heeft doen adviseren. Weliswaar leverde zijn rechtstreekse beroep op hen niets op, maar vervolgens heeft hij van de Heer [K] afschrift ontvangen van een brief van de heer [P] en daarmede dus rekening kunnen houden. Ik meen derhalve, dat 's Hofs uitspraak niet alle feitelijke gegevens bevat ter beoordeling van het onderhavige geschilpunt en dan ook ten dezen niet voldoend is gemotiveerd, Zou de uitspraak op deze grond vernietigd worden, dan zou naar de bedoelde feiten alsnog een onderzoek ingesteld moeten worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e3236deb04f54a9bcc8c2ae4c4e4f2ca25fd34d261dbf6bd01e32e580b144017. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e3236deb04f54a9bcc8c2ae4c4e4f2ca25fd34d261dbf6bd01e32e580b144017, en de alinea staat in dat document op bytes 65595 tot 66374.