Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 1979

Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 1979

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 1979, ECLI:NL:PHR:1979:AX2764.

De vraag rijst evenwel, of, voor geval de Inspecteur daadwerkelijk in het geheel niets aan Inspecteur [P] en/of diens ambtsopvolger heeft overgelaten, niet desalniettemin eventuele verzuimen van Inspecteur [P] aan de Inspecteur toegerekend moeten worden op grond van de indruk die de belanghebbende omtrent de organisatie van de belastingadministratie heeft gehad. Het Hof heeft overwogen (t.a.p. ), "dat inspecteur [P] .... door belanghebbende als contactinspecteur mocht worden gezien." Dit betekent, dat de belanghebbende de gerechtvaardigde indruk had, dat de Inspecteur alvorens de aanslag te regelen overleg zou plegen met, dat wil ten minste zeggen advies zou inwinnen bij, Inspecteur [P]. Aangezien nu de wettelijke vereisten voor navordering ertoe strekken te voldoen (Verslag van het mondeling overleg, tevens eindverslag, 1957-1958 - 4080, nr. 7, punt 19, rechterkolom, 2e al. ) "aan de eisen van rechtszekerheid, welke de belastingplichtigen hier mogen stellen", meen ik, dat ten dezen de indruk van de belanghebbende zwaarder gewogen moet worden dan het daadwerkelijke gebeuren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e3236deb04f54a9bcc8c2ae4c4e4f2ca25fd34d261dbf6bd01e32e580b144017. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e3236deb04f54a9bcc8c2ae4c4e4f2ca25fd34d261dbf6bd01e32e580b144017, en de alinea staat in dat document op bytes 66380 tot 67484.