Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juni 1981
Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 9 juni 1981
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juni 1981, ECLI:NL:PHR:1981:AC0902.
Allereerst gaat het daarbij om de stelling van het Hof, dat requirant telkens geconfronteerd werd met het verschijnsel van waandenkbeelden of hallucinaties kennelijk als gevolg van het gebruik van verdovende middelen, en dat hij niettemin kort voor het begaan van het onderhavige feit een extra dosis heroïne en een zeer grote dosis cocaïne in zijn lichaam heeft gespoten. Mij dunkt, dat het Hof hieruit geredelijk heeft kunnen afleiden, dat requirant een verwijt trof voor het komen te verkeren in de betreffende geestestoestand. Voorts om de stelling van het Hof, dat het van algemene bekendheid is, dat cocaïne een stof is, waarvan de wetgever wegens de daaraan voor de volksgezondheid verbonden gevaren zelfs het enkele aanwezig hebben heeft verboden, en dat zowel heroïne als cocaïne bij gebruik van enige duur de wil van de gebruiker en het normbesef van deze (kunnen) aantasten. Ook dit lijkt mij een houdbare stelling. Ik kan mij nauwelijks voorstellen, dat er één jongmens in Nederland rondloopt, die daarvan geen besef zal hebben. M.a.w. Uw Raad zal zich bij deze laatste vaststelling van het Hof eveneens moeten neerleggen. Ook hier doet requirant nog een beroep op een (wat "afzwakkende") passage uit de verklaring van voormelde psychiater, maar ook hier geldt, dat hiervan in cassatie niets vaststaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d20e2d9750e8cde061f730222a5cfd166511990259553b54b679ebe7be538a9a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d20e2d9750e8cde061f730222a5cfd166511990259553b54b679ebe7be538a9a, en de alinea staat in dat document op bytes 5952 tot 7370.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d20e2d9750e8cde061f730222a5cfd166511990259553b54b679ebe7be538a9a | shasum -a 256