Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 januari 1981
Alinea 10 Parket bij de Hoge Raad 20 januari 1981
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 januari 1981, ECLI:NL:PHR:1981:AC3521.
Ambtshalve wil ik over het daarin gestelde nog wel een korte opmerking maken. De requirant maakt bezwaar tegen de uitbreiding, die de Rechtbank hier gegeven heeft aan het begrip ‘’gebruik van een woning’’. De Rechtbank meent nl. dat de betekenis hiervan dient te worden uitgebreid tot het gebruik door nabestaanden of een executeur-testamentair van de woning van een overleden persoon, teneinde — zo vat ik maar samen — de boedel af te wikkelen. Alsdan moet het ervoor gehouden worden, dat de woning nog als zodanig wordt gebezigd, waarbij van het feitelijk gebruik als zodanig kan blijken uit de aanwezigheid van aansluitingen van gas, water en elektriciteit, van zit- en slaapmeubelen, etenswaren en -gerei, en andere roerende goederen die veelal een persoonlijk stempel dragen, zoals boeken en platen, snuisterijen, wandversiering, hobbymaterialen enz. Ook wordt genoemd de ontvangst van post, kranten en bezoek en de aanwezigheid van een aangesloten radio, televisie en telefoon. In casu was — aldus de Rechtbank — van een dergelijke situatie sprake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7bf9e6157c76d627cf26a27204f465fc81bdad53e0a0a4b304c6147ea870b86. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7bf9e6157c76d627cf26a27204f465fc81bdad53e0a0a4b304c6147ea870b86, en de alinea staat in dat document op bytes 5732 tot 6815.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7bf9e6157c76d627cf26a27204f465fc81bdad53e0a0a4b304c6147ea870b86 | shasum -a 256