Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 januari 1981

Alinea 9 Parket bij de Hoge Raad 20 januari 1981

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 januari 1981, ECLI:NL:PHR:1981:AC3521.

In deze zaak waarin het Hof, afgezien van enkele bewijscorrecties en de strafoplegging bevestigend het vonnis van de Rechtbank, requirant heeft veroordeeld terzake van ‘’wederrechtelijk in de woning bij een ander in gebruik vertoevende, zich niet op de vordering van de rechthebbende aanstonds verwijderen’’ (het betrof hier iemand, die samen met enkele anderen het huis van een overledene had gekraakt en door een van de erfgenamen (rechthebbenden) werd gesommeerd het pand te verlaten, hetgeen hij en de anderen weigerden) tot een geldboete van ƒ 100,--, (subs. 2 dagen hechtenis), tegen welk arrest hij zich van beroep in cassatie heeft voorzien, is namens hem één middel van cassatie voorgesteld, waarvan de indiener, een advocaat, niet heeft verklaard door requirant bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd, zodat het middel niet in behandeling kan worden genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7bf9e6157c76d627cf26a27204f465fc81bdad53e0a0a4b304c6147ea870b86. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7bf9e6157c76d627cf26a27204f465fc81bdad53e0a0a4b304c6147ea870b86, en de alinea staat in dat document op bytes 4838 tot 5726.