Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 maart 1981

Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 10 maart 1981

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 maart 1981, ECLI:NL:PHR:1981:AC7243.

Heeft een B.V. een bankrekening waarop gelden worden gestort, onder welke titel dan ook, dan kan de B.V. rechtens over die gelden beschikken — het heeft zakenrechtelijk weinig zin in dit verband te spreken van eigendom van vorderingen (zie Asser-Beekhuis Zakenrecht II 1977, p. 14), aangezien eigendom en bezit van zaken zoals geld, die enkel door soort en hoeveelheid zijn bepaald, niet mogelijk is (Asser-Beekhuis Zakenrecht, Alg. deel 1980, p. 81 en 105/106) — en behoren die gelden dus tot de boedel van de B.V.. Wordt derhalve een bedrag van die bankrekening afgeschreven of opgenomen, niet ter voldoening van een schuld van de vennootschap, maar ten behoeve van een ander dan de B.V., dan is er sprake van onttrekking van gelden aan de boedel (vergelijk ook Noyon-Langemeijer-Remmelink aant. 7 en 8 ad art. 341 Sr.).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3241007e1cb2b4907ad973c512e89c43bbe605c813efc0090a5b54c733b76ffe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3241007e1cb2b4907ad973c512e89c43bbe605c813efc0090a5b54c733b76ffe, en de alinea staat in dat document op bytes 5830 tot 6670.