Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 maart 1981

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 10 maart 1981

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 maart 1981, ECLI:NL:PHR:1981:AC7243.

De door requirant verdedigde stelling, dat slechts dan sprake is van onttrekking van gelden aan de boedel, indien de failliet deze gelden niet voor zichzelf behoudt, vindt naar mijn mening dan ook geen steun in het recht. Dit zou immers betekenen dat een failliet zijn bezittingen mag wegschenken (b.v. aan familieleden en vrienden), en aldus geheel in strijd zijn met strekking en inhoud van de Faillissementswet. Art. 341 aanhef en sub 2° waarop requirant zijn mening doet steunen, heeft naar ik meen geen betrekking op overschrijving of uitbetaling van geldsbedragen, maar slechts op het ‘’verkopen’’ en leveren om niet of tegen minder dan de reële waarde van lichamelijke zaken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3241007e1cb2b4907ad973c512e89c43bbe605c813efc0090a5b54c733b76ffe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3241007e1cb2b4907ad973c512e89c43bbe605c813efc0090a5b54c733b76ffe, en de alinea staat in dat document op bytes 6676 tot 7382.