Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 maart 1981
Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 10 maart 1981
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 maart 1981, ECLI:NL:PHR:1981:AC7243.
De door het Hof gebezigde bewijsmiddelen waren onder meer, zie arrest p. 5: ‘’De laatste directeur van [A] B.V. was F.’’; p. 19 onderaan:….’’ik’’ (=F.) ‘’moest van [betrokkene 2] een aantal blanco bankcheque’s en bankgiro’s ten name van [A] B.V. van mijn handtekening voorzien’’; voorts p. 3: ‘’….. in het kantoor van de NMB te Rotterdam ….. werden aanzienlijke bedragen opgenomen van rekeningen van diverse bedrijven …. ‘’, p. 6 (zie ook p. 12): ‘’Per cheque werd wekelijks van de rekening van [A] B.V. gelden opgenomen’’, na betaling van de lonen en overige lasten ‘’kwam het restant ten goede van het NUT’’ (= [betrokkene 4] , [betrokkene 3] , [verdachte] en [betrokkene 2] ); en tenslotte arrest p. 6 (en p. 12): ‘’ [betrokkene 4] , [betrokkene 3] , [verdachte] noch ik ‘’(= [betrokkene 2] )’’ waren in dienst bij [A] B.V.. Wij hadden ook geen vordering op die vennootschap’’: Uit deze bewijsmiddelen (door mij kortheidshalve slechts zeer summier aangegeven) heeft het Hof naar mijn mening geredelijk de bewezenverklaarde onttrekking van de gelden aan de boedel van [A] B.V. kunnen afleiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3241007e1cb2b4907ad973c512e89c43bbe605c813efc0090a5b54c733b76ffe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3241007e1cb2b4907ad973c512e89c43bbe605c813efc0090a5b54c733b76ffe, en de alinea staat in dat document op bytes 7388 tot 8573.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3241007e1cb2b4907ad973c512e89c43bbe605c813efc0090a5b54c733b76ffe | shasum -a 256