Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 maart 1981

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 10 maart 1981

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 maart 1981, ECLI:NL:PHR:1981:AC7243.

Het begrip ‘’feitelijke leiding geven’’ speelt een rol in het kader van het z.g. functioneel daderschap (zie hierover J.W. Fokkens in DD 1980, p. 393 e.v. en R.A. Torringa in NJB 1980, p. 567 e.v. met de door deze schrijvers geciteerde rechtspraak en literatuur over dit onderwerp). Naar mijn mening kunnen de beide in HR 23 februari 1954 NJ 1954, 378 m.n. B.V.A.R. ontwikkelde maatstaven, te weten: 1) het vermogen te beschikken over het verboden handelen, en 2) het aanvaarden dat dit handelen plaatsvond, nog steeds met vrucht worden aangelegd (in HR 14 november 1978, NJ 1979, 118 m.n. Th.W.v.V. heeft Uw Raad in dit verband het begrip ‘’zeggenschap’’ gebezigd; vergelijk voorts nog HR 12 juni 1979 NJ 1979, 555 m.n. G.E.M.). Niet ter zake doet hierbij, dat de leidinggevers niet als orgaan van de betreffende rechtspersoon kunnen worden aangemerkt, noch hierbij in dienst zijn, zoals requirant terecht betoogt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3241007e1cb2b4907ad973c512e89c43bbe605c813efc0090a5b54c733b76ffe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3241007e1cb2b4907ad973c512e89c43bbe605c813efc0090a5b54c733b76ffe, en de alinea staat in dat document op bytes 9873 tot 10818.