Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 1981

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 16 januari 1981

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 1981, ECLI:NL:PHR:1981:AG4158.

Bij de beoordeling van onderdeel I - A moet vooropstaan, dat de vaststelling van de inhoud van een overeenkomst als berustend op uitlegging van de gedingstukken een procedé van feitelijke aard is en in cassatie in beginsel niet op juistheid kan worden getoetst. Voor de beantwoording van de vraag welk gewicht daarbij moet worden gehecht aan de taalkundige betekenis van de door de contractanten gebezigde bewoordingen, is art. 1378 BW van belang. Dit voorschrift verbiedt de rechter die de bewoordingen van een overeenkomst ''duidelijk'' acht, door "uitlegging" van die duidelijke betekenis af te wijken - bv. op grond van een niet in die bewoordingen tot uitdrukking gebrachte partijbedoeling. Een van de taalkundige betekenis der gebruikte woorden afwijkende partijbedoeling kan in een eerdere fase een rol spelen, nl, als bijkomende omstandigheid die in aanmerking kan komen bij de beantwoording van de vraag of de bewoordingen ''duidelijk'' zijn. Anders gezegd: voor het duidelijk zijn is niet uitsluitend beslissend de taalkundige betekenis der woorden. Voor zover het onderdeel deze stelling bevat, schijnt het juist; zie Asser-Rutten 4-II (1979) p. 208 e.v. In de onderhavige zaak echter hebben partijen zodanige bijkomende omstandigheden - zoals onderhandelingen, correspondentie enz. - waaruit een afwijkende partijbedoeling te distilleren is, niet gesteld. Er is uitsluitend geargumenteerd op basis van de schriftelijke tekst van de overeenkomst; de bedoeling van partijen is niet in een andere vorm dan die van de schriftelijke overeenkomst geuit. Welnu, bij deze stand van zaken kon het Hof zonder een eventuele andersluidende partijbedoeling in aanmerking te nemen komen tot het oordeel dat de overeenkomst, gelet op de taalkundige betekenis van de gebezigde woorden, ''duidelijk'' was in de zin van art. 1378, d.w.z. niet ''voor onderscheiden uitleggingen'' vatbaar (zie art. 1379). Het oordeel dat bewoordingen ''duidelijk'' zijn in de hier bedoelde betekenis, is feitelijk van aard en is in cassatie slechts met een motiveringsklacht met enige kans van slagen aan te tasten. Vergelijke Veegens, ''Cassatie'' (1971) no. 108.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83bc45bcdf9aceb7ce8c61a7c544f670dc499eda133cf908cb7451b7fb212bd6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83bc45bcdf9aceb7ce8c61a7c544f670dc499eda133cf908cb7451b7fb212bd6, en de alinea staat in dat document op bytes 7107 tot 9301.