Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 1981

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 16 januari 1981

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 1981, ECLI:NL:PHR:1981:AG4158.

Het Hof heeft in de aangevallen r.o. 6 en 7 niet anders gedaan dan op boven geschetste wijze toepassing gegeven aan art. 1378 BW. De bewoordingen van de overeenkomst waren volgens het Hof ''duidelijk'' in de zin van die bepaling, en daarmee was de kous af: afwijking op grond van de ''veronderstelde'' (!) bedoeling van partijen is niet geoorloofd; de partijbedoeling heeft in de oordeelsvorming zijn rol, zoals eerder uiteengezet, gespeeld en krijgt geen tweede ronde. Het verwijt van het onderdeel dat het Hof aldus geen ''juridische'' maatstaf heeft aangelegd, is in dier voege onjuist dat het Hof na de feitelijke vaststelling dat de bewoordingen duidelijk zijn, art. 1378 BW heeft toegepast en aan de door het onderdeel kennelijk beoogde toepassing van art. 1379 BW zodoende niet kon toekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83bc45bcdf9aceb7ce8c61a7c544f670dc499eda133cf908cb7451b7fb212bd6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83bc45bcdf9aceb7ce8c61a7c544f670dc499eda133cf908cb7451b7fb212bd6, en de alinea staat in dat document op bytes 9305 tot 10155.