Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 1981

Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 16 januari 1981

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 1981, ECLI:NL:PHR:1981:AG4158.

Het komt mij voor dat deze klacht geen succes kan hebben. In r.o. 6 behandelt het Hof, als gezegd, de tweede en derde appèlgrief van [eisers] Die grieven richtten zich tegen het oordeel van de Rechtbank, dat Haviltex het recht had de overeenkomst ontbonden te verklaren en wel zonder opgave van redenen (r.o. 5 arrest). In r.o. 6 overwegende dat de bewoordingen van de overeenkomst duidelijk zijn, heeft het Hof derhalve kennelijk slechts dat door de Rechtbank gevelde oordeel omtrent bedoeld recht van Haviltex op het oog en niet de overeenkomst van partijen als geheel beschouwd. Dat blijkt ook uit de laatste woorden van r.o. 6 (''..... meer speciaal die,'' enz.). Daarmee is niet onverenigbaar dat de Rechtbank mogelijkerwijze (zoals het middelonderdeel beweert doch ten pleidooie namens Haviltex is bestreden) op een ander punt, in haar r.o. 18, een leemte - en aldus een onduidelijkheid - in de overeenkomst van partijen signaleert. Anders dan het onderdeel klaarblijkelijk onderstelt heeft r.o. 6 van het bestreden arrest op die r.o. 18 van het beroepen vonnis geen betrekking. Aldus beschouwd is r.o. 6 onbegrijpelijk noch tegenstrijdig.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83bc45bcdf9aceb7ce8c61a7c544f670dc499eda133cf908cb7451b7fb212bd6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83bc45bcdf9aceb7ce8c61a7c544f670dc499eda133cf908cb7451b7fb212bd6, en de alinea staat in dat document op bytes 10789 tot 11949.