Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 1981

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 16 januari 1981

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 1981, ECLI:NL:PHR:1981:AG4158.

De motiveringsklacht sub A mist feitelijke grondslag, nu het Hof niet heeft geoordeeld ''dat de verkopers hebben berust'' in de in r.o. 10 geschetste gang van zaken. Het Hof overweegt in die r.o. dat ''de door de rechtbank aangegeven berusting tussen partijen vaststaat'' op grond dat [eisers] tegen de desbetreffende overweging van de rechtbank geen grief hebben opgeworpen. Hiermee geeft het Hof o.a. aan dat ook de vierde appèlgrief niet tegen die overweging van de rechtbank is gericht. Dat volgt trouwens al uit de bewoordingen van die vierde appèlgrief, die zich tegen een andere passage van r.o. 16 van het rechtbankvonnis keert.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83bc45bcdf9aceb7ce8c61a7c544f670dc499eda133cf908cb7451b7fb212bd6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83bc45bcdf9aceb7ce8c61a7c544f670dc499eda133cf908cb7451b7fb212bd6, en de alinea staat in dat document op bytes 14509 tot 15199.