Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 1981
Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 16 januari 1981
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 1981, ECLI:NL:PHR:1981:AG4158.
Overigens heeft het er de schijn van dat het ten pleidooie namens [eisers] gedane beroep op meergenoemd HR 16 juni 1978 neerkomt op een ontoelaatbare feitelijk novum in cassatie. In hoger beroep is door [eisers] niet verdedigd dat ''ontbinding'' van de overeenkomst geen werking heeft ten opzichte van de ''winstvergoedingsclausule'', integendeel, in de memorie van grieven is onder nr. 6 en nr. 14 eerder een erkenning van die ontbindende werking ook ten opzichte van bedoelde clausule te lezen. Om die winstvergoedingsclausule te redden hebben [eisers] de ontbinding ontkend en in plaats daarvan de constructie van terugkoop verdedigd. De stelling van het middel: ''ondanks ontbinding toch winstvergoeding'' lijkt dan ook op een feitelijke frontverandering die in cassatie niet met vrucht kan worden gerealiseerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83bc45bcdf9aceb7ce8c61a7c544f670dc499eda133cf908cb7451b7fb212bd6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83bc45bcdf9aceb7ce8c61a7c544f670dc499eda133cf908cb7451b7fb212bd6, en de alinea staat in dat document op bytes 17818 tot 18647.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/83bc45bcdf9aceb7ce8c61a7c544f670dc499eda133cf908cb7451b7fb212bd6 | shasum -a 256