Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 januari 1981

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 9 januari 1981

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 januari 1981, ECLI:NL:PHR:1981:AG4161.

In het middel wordt deze klacht primair gemotiveerd met de stelling "dat door partijen ten processe niet is gesteld dat appellant ( [eiser] ) in de door het Hof bedoelde zin niet ("niet" moet worden ingelezen blijkens pleitnota Mr Houtappel, p. 9) zonder meer en dadelijk op mededelingen van geïntimeerde ( [betrokkene 1] ) zou mogen afgaan". Dit bezwaar — de juistheid daarvan daargelaten — loopt echter langs de bestreden rechtsoverweging van het arrest heen en mist reeds daarom doel. Het Hof neemt daar immers (en juist andersom) tot uitgangspunt, of [betrokkene 1] mocht verwachten dat [eiser] in feite zonder meer op de mededelingen zou afgaan. Daaraan doet niet af, of [eiser] eventueel zonder meer op die mededelingen zou (hebben) mogen afgaan, waarover in het middel wordt gesproken. De al dan niet juistheid van 's Hofs uitgangspunt, wordt op zichzelf in deze klacht — zoals reeds gezegd — niet ter discussie gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcebe2f0a54cd9606e37010cb11a021656105ce0d6bcc9fc6f7941f41b5cc9b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcebe2f0a54cd9606e37010cb11a021656105ce0d6bcc9fc6f7941f41b5cc9b3, en de alinea staat in dat document op bytes 9385 tot 10335.