Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 januari 1981
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 9 januari 1981
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 januari 1981, ECLI:NL:PHR:1981:AG4161.
Het Hof meent in r.o. 5, onder verwijzing naar r.o. 4, dat in casu deze beweerdelijk in de precontractuele fase gedane mededelingen geen beslissende betekenis toekwamen. Het stelt daartoe in de in cassatie onbestreden gebleven r.o. 4 allereerst vast, dat [eiser] wist dat het pand verhuurd was aan [A] , dat [A] een bekende Haagse onderneming is en dat [eiser] als handelaar in onroerend goed de zakenwereld in Den Haag en Rotterdam zeer goed kende. Met welke kwaliteit huurder [eiser] te doen had, wist hij dus althans kon hij zeer gemakkelijk aan de weet komen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcebe2f0a54cd9606e37010cb11a021656105ce0d6bcc9fc6f7941f41b5cc9b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcebe2f0a54cd9606e37010cb11a021656105ce0d6bcc9fc6f7941f41b5cc9b3, en de alinea staat in dat document op bytes 15494 tot 16071.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcebe2f0a54cd9606e37010cb11a021656105ce0d6bcc9fc6f7941f41b5cc9b3 | shasum -a 256