Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 januari 1981

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 9 januari 1981

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 januari 1981, ECLI:NL:PHR:1981:AG4161.

's Hofs conclusie, dat bij deze stand van zaken waarbij de toezegging van het tipgeld op het sluiten van de koop in rechtstreekse onderhandelingen met de verkoper (en volgens de Nadere Conclusie onder 2 na het inwinnen van inlichtingen bij de Friesch-Groningsche Hypotheekbank te Rotterdam ) volgde, de door [eiser] aan [betrokkene 1] toegeschreven vóór de koop gedane mededelingen in de verhouding van partijen (beiden terzakekundigen) niet van doorslaggevende betekenis voor de toezegging van het tipgeld te oordelen zijn althans dat [betrokkene 1] dat niet behoefde te verwachten, is dan een feitelijk oordeel. Dit oordeel berust immers op feitelijke waardering en komt het Hof in hoogste ressort toe. Onbegrijpelijk is het op zich zelf niet. Het is ook niet in dier voege in cassatie bestreden. Men zie ook hieronder de nadere uitwerking van het voorgaande bij het aangetekende naar aanleiding van middel III.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcebe2f0a54cd9606e37010cb11a021656105ce0d6bcc9fc6f7941f41b5cc9b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcebe2f0a54cd9606e37010cb11a021656105ce0d6bcc9fc6f7941f41b5cc9b3, en de alinea staat in dat document op bytes 16399 tot 17328.