Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 januari 1981
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 9 januari 1981
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 januari 1981, ECLI:NL:PHR:1981:AG4161.
Het Hof heeft de veronderstelde mededelingen van [betrokkene 1] , de wederzijdse stellingen van partijen waarderende en afwegende, niet als behorend tot de tipgeldovereenkomst begrepen, doch beschouwd als gedaan in de precontractuele fase, die voor [eiser] tot de koop en vervolgens tot de tipgeldovereenkomst aanleiding is geweest. Zo werd de door [eiser] gestelde samenhang van de tip en de mededelingen tegenover het door hem toegezegde tipgeld gezien en het geschil tenslotte door het Hof afgebakend. Uit het voorgaande blijkt dat het Hof ook tot dat oordeel kon komen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcebe2f0a54cd9606e37010cb11a021656105ce0d6bcc9fc6f7941f41b5cc9b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcebe2f0a54cd9606e37010cb11a021656105ce0d6bcc9fc6f7941f41b5cc9b3, en de alinea staat in dat document op bytes 18091 tot 18678.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcebe2f0a54cd9606e37010cb11a021656105ce0d6bcc9fc6f7941f41b5cc9b3 | shasum -a 256