Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 januari 1981

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 9 januari 1981

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 januari 1981, ECLI:NL:PHR:1981:AG4161.

De klachten berusten op een andere waardering van de beweerdelijk gedane mededelingen in de verhouding van partijen dan het Hof daaraan, feitelijk oordelende, heeft gehecht. Zoals ook uit de toelichting van het middel bij pleidooi blijkt, gaat eiser tot cassatie ervan uit dat het Hof hier als leidraad voor zijn beslissing zag het geval dat één van de partijen die bij een transactie tegenover elkaar staan, aan de andere partij inlichtingen over het object van de transactie heeft verschaft. Men zie b.v. pleitnota, p. 17: "Het gaat niet om de vraag of de toezegging voor [betrokkene 1] onverwacht was, maar om de vraag welke veronderstellingen hij had of redelijkerwijs kon hebben toen deze, wellicht onverwachte, toezegging werd gedaan. Heeft hij, in de gegeven situatie, moeten begrijpen dat [eiser] de kwaliteiten van huur en huurder geverifieerd had ....".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcebe2f0a54cd9606e37010cb11a021656105ce0d6bcc9fc6f7941f41b5cc9b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcebe2f0a54cd9606e37010cb11a021656105ce0d6bcc9fc6f7941f41b5cc9b3, en de alinea staat in dat document op bytes 21258 tot 22137.