Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 1981

Alinea 124 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 1981

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 1981, ECLI:NL:PHR:1981:AG4232.

Ik sluit af met nog een aantekening. De kwestie van de eigen schuld kwam reeds in de Erba-arresten aan de orde. Toen stonden twee crediteuren - een leverancier en een bank - tegenover elkaar. Daarbij kan van belang zijn, dat aan een bank als professionele geldgever meer informatie en meer middelen ter beschikking staan om zich tegen situaties als de onderhavige te wapenen, dan aan een leverancier. In casu is in feite de geldgever van [A] de moeder-maatschappij [eiseres] geweest, die naar het oordeel van het Hof de gehele situatie in [A] beheerste. Het is de vraag, of in zodanige verhouding door de moedermaatschappij op gelijke wijze een beroep op eigen schuld van de handelscrediteur kan worden gedaan. Hier ligt ook een parallel met de uiteenzetting in de aanvang van deze conclusie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff5511f43c616c73d6e65e223a8faf4bfe7e8c7d8a9ceaabbca09f15c5d66ba0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff5511f43c616c73d6e65e223a8faf4bfe7e8c7d8a9ceaabbca09f15c5d66ba0, en de alinea staat in dat document op bytes 51530 tot 52335.