Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 1981

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 1981

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 1981, ECLI:NL:PHR:1981:AG4232.

Hier kan onder andere spelen, of voldoende risico-dragend kapitaal in verhouding tot het voorgenomen ondernemen is verschaft en in de rechtspersoon is gelaten (r.o. 4 e.v.). In dat verband kan ook van belang zijn, dat de moeder een intensieve en indringende bemoeienis heeft gehad met de gang van zaken bij de dochter (onderdeel 4 en 5). Daarbij kan dan weer erop worden gelet, of de vermogens en de belangen van de beide rechtspersonen voldoende uit elkaar zijn gehouden (r.o. 8) en of de organen van de dochter in feite hebben gefunctioneerd (r.o. 12). Dit zijn nu juist ook de factoren, die naar voren geschoven worden in de gevallen, waarin "piercing the corporate veil" wordt bepleit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff5511f43c616c73d6e65e223a8faf4bfe7e8c7d8a9ceaabbca09f15c5d66ba0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff5511f43c616c73d6e65e223a8faf4bfe7e8c7d8a9ceaabbca09f15c5d66ba0, en de alinea staat in dat document op bytes 11263 tot 11966.