Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 1981

Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 1981

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 1981, ECLI:NL:PHR:1981:AG4232.

Daargelaten of de in subonderdeel c bedoelde "gunstige verwachtingen" van de Nederlandse vestiging destijds in de organisatie van het concern gerechtvaardigd waren, kon het Hof deze verwachtingen bij zijn afweging zeer wel buiten beschouwing laten. In de visie van het Hof gaat het er niet om, of het begrijpelijk en gerechtvaardigd vanuit een oogpunt van [eiseres] was, dat [eiseres] de dochter in Nederland liet voortbestaan. Beslissend is - zoals reeds eerder gezegd -, of [eiseres] daarbij de belangen van andere crediteuren, waaronder de leveranciers, naar de maatstaven van maatschappelijk zorgvuldig gedrag voldoende in het oog heeft gehouden, met name ook voor het toch niet denkbeeldige geval dat haar taxatie onjuist zou blijken. Het betreft hier de risico’s die [eiseres] in oktober 1968 nam, toen ze besloot voort te gaan. Dit is ook van belang bij de beoordeling van de subonderdelen d - f .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff5511f43c616c73d6e65e223a8faf4bfe7e8c7d8a9ceaabbca09f15c5d66ba0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff5511f43c616c73d6e65e223a8faf4bfe7e8c7d8a9ceaabbca09f15c5d66ba0, en de alinea staat in dat document op bytes 29039 tot 30071.