Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 1981
Alinea 95 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 1981
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 1981, ECLI:NL:PHR:1981:AG4232.
Voorts wordt in de subonderdelen d en e voor de beoordeling van de situatie ten tijde van het faillissement (1970) van [A] als beslissend naar voren geschoven het ogenblik in 1968, waarop de A.B.N. haar krediet opzegde en [eiseres] besloot zelf de financiering voort te zetten. De rechtmatigheidstoetsing in dit geding was echter niet op dit laatste tijdstip toegespitst. Inzet van het geding was en is, of gezien het gehele gedrag van [eiseres] die rechtmatigheid jegens (handels)crediteuren bestond ten tijde van het faillissement. Dit veronderstelt niet, dat rechtmatigheid op een eerder tijdstip vast zou staan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff5511f43c616c73d6e65e223a8faf4bfe7e8c7d8a9ceaabbca09f15c5d66ba0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff5511f43c616c73d6e65e223a8faf4bfe7e8c7d8a9ceaabbca09f15c5d66ba0, en de alinea staat in dat document op bytes 40378 tot 41044.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ff5511f43c616c73d6e65e223a8faf4bfe7e8c7d8a9ceaabbca09f15c5d66ba0 | shasum -a 256