Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 februari 1981
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 23 februari 1981
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 februari 1981, ECLI:NL:PHR:1981:AW9635.
Ik noem allereerst het arrest H.R. 25 april 1951, N.J. 1951, 537, gewezen in een tijd dat Successiewet 1959 nog van kracht was. Het arrest had betrekking op toepassing van de bepaling die thans is neergelegd in artikel 10, lid 2, van de Successiewet 1956. Bij die gelegenheid is overwogen ‘’dat, indien een geldsom is geschonken onder voorbehoud van vruchtgebruik, het resultaat daarvan is dat de schenker tot zijn overlijden het volle genot van zijn vermogen behoudt, terwijl bij zijn dood de som zonder bijbetaling van rente moet worden uitbetaald; dat geheel hetzelfde resultaat aanwezig is, indien bij wijze van schenking de verplichting wordt aangegaan tot betaling van een geldsom, welke geen rente zal dragen gedurende het leven van de schenker; dat er daarom geen reden is voor de heffing van het successierecht onderscheid te maken tussen het in leven roepen van een schuld die gedurende het leven van de schenker geen rente zal dragen en het schenken van een geldsom onder voorbehoud van vruchtgebruik''.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7fc5a2d13b4cf5c684fbad68a5e6f9180990b105aac5d5a7f535af69586dc685. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7fc5a2d13b4cf5c684fbad68a5e6f9180990b105aac5d5a7f535af69586dc685, en de alinea staat in dat document op bytes 9605 tot 10636.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7fc5a2d13b4cf5c684fbad68a5e6f9180990b105aac5d5a7f535af69586dc685 | shasum -a 256