Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 februari 1981

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 23 februari 1981

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 februari 1981, ECLI:NL:PHR:1981:AW9635.

Vervolgens moet vermeld worden H.R. 13 december 1972, B.N.B. 1973/82, m.n. J.P. Scheltens (zie ook FED Succ. 1956: art. 18:6, m.n. J.K. Moltmaker en voorts W.P.N.R. 5344, 1976 p. 231). In dat arrest is overwogen ’’dat onder de werking van de Successiewet van 13 mei 1859 bij de toepassing van artikel 11 van deze wet - waaraan de bepalingen van artikel 10, leden 1 en 2, van de Successiewet 1956 zijn ontleend - geen onderscheid werd gemaakt tussen het bij wijze van schenking aangaan van een schuld, die gedurende het leven van de schenker geen rente zal dragen, en het schenken van een geldsom onder voorbehoud van vruchtgebruik, weshalve het voordeel van de schenkende schuldenaar, die gedurende zijn leven geen rente behoeft te betalen, werd aangemerkt als genot krachtens vruchtgebruik;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7fc5a2d13b4cf5c684fbad68a5e6f9180990b105aac5d5a7f535af69586dc685. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7fc5a2d13b4cf5c684fbad68a5e6f9180990b105aac5d5a7f535af69586dc685, en de alinea staat in dat document op bytes 11004 tot 11812.