Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 februari 1981
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 23 februari 1981
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 februari 1981, ECLI:NL:PHR:1981:AW9635.
In dit verband verdient de aandacht dat het in genoemd artikel 10 vastgestelde rentepercentage bij de inwerkingtreding van de Successiewet 1956 en het Uitvoeringsbesluit op 1 augustus 1956 4% bedroeg. Met ingang van 1 januari 1969 is het vastgesteld op 5% en met ingang van 1 januari 1980 op 6%. Merkwaardig is dat de gefixeerde rente in 1956 ongeveer gelijk was aan de marktrente (in dat jaar zijn obligatieleningen tegen een rentevoet van 3½ % uitgegeven). De eerste herziening had kennelijk tot doel de gefixeerde rente aan te passen aan de gestegen marktrente, zij het dat men daar een fractie onder bleef (obligatierente in 1968, toen de herziening moet zijn voorbereid: plusminus 6½ %). Het per 1 januari 1969 vastgestelde rentepercentage gold nog in 1975, toen de lening waarom het in deze zaak gaat is afgesloten. Zoals reeds bleek was de marktrente inmiddels sterk gestegen. Hoewel voor de onderhavige zaak niet van belang teken ik volledigheidshalve nog aan dat men bij de tweede aanpassing van de gefixeerde rente, per 1 januari 1980, aanzienlijk onder de marktrente is gebleven (obligatierente in 1979 plusminus 8 ¾%.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7fc5a2d13b4cf5c684fbad68a5e6f9180990b105aac5d5a7f535af69586dc685. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7fc5a2d13b4cf5c684fbad68a5e6f9180990b105aac5d5a7f535af69586dc685, en de alinea staat in dat document op bytes 15421 tot 16566.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7fc5a2d13b4cf5c684fbad68a5e6f9180990b105aac5d5a7f535af69586dc685 | shasum -a 256