Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 februari 1981

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 23 februari 1981

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 februari 1981, ECLI:NL:PHR:1981:AW9635.

Daar staat tegenover dat het fictieve element in de waardering ook voor vruchtgebruik geldt en dat men moet aannemen dat dit in overeenstemming is met de bedoeling van de besluitgever, die, zou hij dit wenselijk achten, zeer wel artikel 10 van het Uitvoeringsbesluit regelmatig aan de marktrente zou kunnen aanpassen hetgeen trouwens met de bedoeling van de wetgever van 1956 zou hebben gestrookt (vgl. de m.v.t., kamerst. 915 nr. 3, p. 19 ad art. 21, 2e alinea, waar de regering uitlegt waarom zij het systeem van de oude wet - percentage in de wet zelf - wilde verlaten.) Daarenboven lijkt het uit een oogpunt van rechtszekerheid minder aantrekkelijk het in 1951 en in 1972 ingenomen standpunt thans te verlaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7fc5a2d13b4cf5c684fbad68a5e6f9180990b105aac5d5a7f535af69586dc685. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7fc5a2d13b4cf5c684fbad68a5e6f9180990b105aac5d5a7f535af69586dc685, en de alinea staat in dat document op bytes 18722 tot 19449.