Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 november 1982

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 5 november 1982

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 november 1982, ECLI:NL:PHR:1982:1.

Ik sluit mij bij Rutten aan en ben van mening dat de eis van een uitdrukkelijke herhaling of handhaving van een in eerste aanleg gevoerd verweer een onnodig formalisme betekent. In zijn memorie van grieven had [verzoeker] geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis en tot toewijzing van de vorderingen. De memorie van grieven stelde het hof dus voor de vraag of de vorderingen van [verzoeker] , in geval van gegrondbevinding van de grieven, toewijsbaar waren. Op deze wijze anticipeerde die memorie mede op een mogelijke herhaling of handhaving door de vennootschap van al haar relevante verweren die aan toewijzing van de vorderingen van [verzoeker] in de weg konden staan, en strekte die memorie bij voorbaat tot verwerping daarvan. [verzoeker] kan dan ook niet gezegd worden door het door het hof verrichte onderzoek naar het onderhavige verweer te zijn "overvallen met een onbekend betoog", zoals in de conclusie O.M. voor HR 10 november 1967, NJ 1968, 84, p. 319, - in het voetspoor van de M.v.T., p. 4, op na te noemen Landsverordening d.d. 4 augustus 1956 - wordt gezegd voor een andere casus, nl. ambtshalve vernietiging (die niet mogelijk is: HR 11 maart 1966, NJ 1966, 330, op het eerste middel). Dat de appèlgrieven zelf zich slechts richtten tegen het vonnis van de eerste rechter voor zover appellant daardoor was bezwaard (zie Rutten, diss. p. 17), en, naar het hof – dat ook grief II, klagend over ontzegging van de vordering, als "terecht voorgedragen" beschouwt – blijkbaar oordeelt, het onderhavige verweer niet in de rechtsstrijd in hoger beroep betrokken, doet daaraan niet af. Dat zo zijnde moet de vennootschap, in hoger beroep concluderende tot bevestiging van het beroepen vonnis, worden geacht dat ook te hebben gedaan voor het geval de appèlrechter de grieven gegrond zal bevinden, en derhalve al haar in eerste instantie nog niet besliste verweren te hebben gehandhaafd, nu zij die niet uitdrukkelijk heeft prijsgegeven. Het hof heeft het klaarblijkelijk ook zo gezien, al ontbreekt in zijn vonnis een overweging die daarvan met zoveel woorden blijk geeft. Ik zie geen belang van een goede procesorde noch enig rechtens te respecteren belang van de appellerende partij, dat de eis van een explicite formule tot herhaling of handhaving van eerder gevoerde verweren kan rechtvaardigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ae5c4aa41e95685abb5ed7ddce15f2d1f3b54ce9fbb25a89263d691980f5674. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ae5c4aa41e95685abb5ed7ddce15f2d1f3b54ce9fbb25a89263d691980f5674, en de alinea staat in dat document op bytes 10794 tot 13167.