Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 november 1982

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 5 november 1982

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 november 1982, ECLI:NL:PHR:1982:1.

In het algemeen kenmerkt de regeling van het hoger beroep in het Antilliaanse procesrecht zich door eenvoud en snelheid. Zie hierover E. Monte, "Antilliaans procesrecht" (1954), p. 9-10 en 132 e.v.; H. van Breda, in NJB 1982 p. 600, onder 3. Met die kenmerken verdraagt zich niet het stellen van verdergaande formele eisen op het onderhavige punt dan het Nederlandse procesrecht. Steun voor deze opvatting kan worden gevonden in de M.v.T. op de Landsverordening van 4 augustus 1956 tot wijziging van het Curaçaosch Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Publicatieblad 1956 nr. 97, p. 1: "….. de noodzaak ….. ons procesrecht te voorzien van enige meer moderne, overbodig en schadelijk formalisme afsnijdende, voorzieningen welke kortelings in de Nederlandse rechtsvordering zijn ingevoerd. ", en p. 3: "Het instellen van hoger beroep moet derhalve zo eenvoudig mogelijk blijven ….. Voor het overige heeft de noodzaak ener niet te gecompliceerde procesvoering destijds geleid tot een eenvoudiger regeling van het appèl en de appèlprocedure."; zij het dan dat op dit laatste beginsel in 1956 enige beperkingen zijn aangebracht (M.v.T. p. 4).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ae5c4aa41e95685abb5ed7ddce15f2d1f3b54ce9fbb25a89263d691980f5674. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ae5c4aa41e95685abb5ed7ddce15f2d1f3b54ce9fbb25a89263d691980f5674, en de alinea staat in dat document op bytes 16410 tot 17575.