Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 1982

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 1982

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 1982, ECLI:NL:PHR:1982:AC7574.

Die teksten wekken minstens de indruk, dat de herroeping van wat ik nu maar voorwaardelijke invrijheidstelling zal blijven noemen, nog niet heeft plaatsgevonden. Maar als dat zo is: kan men dan zeggen, dat de B.R.D. uitlevering verzoekt ter verdere executie van het strafrestant? De (wellicht erg kleine) mogelijkheid zit er toch nog in, dat er niet wordt herroepen, nadat rekwirant is "gegrepen" en door de rechter gehoord. Dan valt er, minstens voorlopig, niets te executeren. Ik wijs in dit verband op artikel 9 lid 1 aanhef en sub d onder 2 (onmiddellijke verdere tenuitvoerlegging) van de Uitleveringswet. Over de vraag of onder meer dit artikel rechtstreeks toepasselijk is naast het Europese Uitleveringsverdrag: Prof. mr. A.B.J. Swart: De verhouding tussen verdrag en wet in het uitleveringsrecht, blz. 319 e.v. van de Enschede-bundel Ad Personam.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd8ac2c17a528fa2496ff77b1ad71d7bc4d044fecefe28224f8b526091998f8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd8ac2c17a528fa2496ff77b1ad71d7bc4d044fecefe28224f8b526091998f8a, en de alinea staat in dat document op bytes 10011 tot 10879.