Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 januari 1982

Alinea 10 Parket bij de Hoge Raad 8 januari 1982

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 januari 1982, ECLI:NL:PHR:1982:AG4313.

Middel I voert aan dat de Rechtbank de Stichting ten onrechte in haar inleidend verzoek ontvankelijk heeft geacht. Naar ik meen worden beide onderdelen van dit middel vergeefs voorgesteld. De Rechtbank heeft geoordeeld dat de Stichting de opzeggingsgrond op voldoende wijze heeft vermeld. Een dergelijke vaststelling is aan de feitenrechter voorbehouden, terwijl deze i.c. in het licht van de overige gedingstukken niet onduidelijk - ook niet voor de wederpartij - noch onbegrijpelijk voorkomt, zie de conclusie van de Adv.-Gen. van Soest voor HR 10-11-1978 NJ 1979, 81 op blz. 208 l.k. en voorts De Mol, Huurrecht 1980 blz. 194.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e396fe86b73a2f8ee67a72815330fafcf1a64ca627cbd971298948a1d37c8d0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e396fe86b73a2f8ee67a72815330fafcf1a64ca627cbd971298948a1d37c8d0e, en de alinea staat in dat document op bytes 6458 tot 7146.