Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 1983

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 1983

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 1983, ECLI:NL:PHR:1983:AD2221.

18. Indien de zinsnede beginnend met ‘’nog daargelaten dat ...’’ (p. 5 midden) niet als een overweging ten overvloede, maar als een zelfstandige grondslag van 's Hofs beslissing moet worden beschouwd (vergl. de conclusie van de A.-G. Franx ad onderdeel II voor HR 1-7-1982 NJ 1982, 547, en HR 14-1-1983 RvdW 1983 r.o. 3.8 op p. 106), dient ook deze te worden besproken. Het Hof bedoelt hiermee klaarblijkelijk dat eiseres van het verstrekken van de stukken van gemeentewege en van de openbare behandeling ter vergadering zo weinig ruchtbaarheid verwachtte, dat zij het nodig vond deze door het separaat toezenden van die geschriften te vergroten. Aldus beschouwd is ook deze overweging toereikend om de beslissing te dragen, aangezien ook het vergroten van publiciteit voldoende is om een veroordeling tot rectificatie te rechtvaardigen, vergl. HR 22-6-1979 NJ 1979, 516.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/721eb71d999fe74d6cb5c731768a9b9bf36dbc0c209f525488f149f9bd2a02be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 721eb71d999fe74d6cb5c731768a9b9bf36dbc0c209f525488f149f9bd2a02be, en de alinea staat in dat document op bytes 20768 tot 21660.