Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 1984
Alinea 10 Parket bij de Hoge Raad 30 november 1984
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 1984, ECLI:NL:PHR:1984:AG4913.
Thans gerekestreerden in cassatie, [verweerders] , hebben bij inleidend verzoekschrift aan de kantonrechter te 's-Gravenhage verzocht het tijdstip vast te stellen waarop de tussen hen als verhuurders en thans verzoeker in cassatie, [verzoeker] , met betrekking tot de beneden-woonruimte [a-straat 1] aldaar bestaande en door [verweerders] bij aangetekend schrijven d.d. 12. mei 1980 tegen 1 december 1980 opgezegde huurovereenkomst zal eindigen, onder vaststelling van het tijdstip van ontruiming. Als grond daartoe voerden [verweerders] , voor zover thans nog van belang, aan kort weergegeven - het dringend (nodig hebben voor) eigen gebruik van het verhuurde in de zin van art. 1623 e lid 1 onder 3° BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd099bc0dcf4edef5ddd8eee4c006e675019d752b5fc58ceabfa73ccf6555045. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd099bc0dcf4edef5ddd8eee4c006e675019d752b5fc58ceabfa73ccf6555045, en de alinea staat in dat document op bytes 5406 tot 6126.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cd099bc0dcf4edef5ddd8eee4c006e675019d752b5fc58ceabfa73ccf6555045 | shasum -a 256