Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 1984
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 30 november 1984
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 1984, ECLI:NL:PHR:1984:AG4913.
Hieruit blijkt dat de rechtbank de belangen en de behoeften van de onderhuurders naar billijkheid in aanmerking heeft genomen, zoals de wet voorschrijft. Het middel miskent zulks en mist daarom feitelijke grondslag. Dit laatste geldt ook voor zover het middel ervan uitgaat, dat de rechtbank haar oordeel dat het belang van de onderhuurders moet wijken voor dat van [verweerders] , uitsluitend baseert op de omstandigheid dat die onderhuurders door [verzoeker] tijdens de procedure zijn aangetrokken. Dat heeft de rechtbank niet gedaan: zij heeft, als aangegeven, haar oordeel gegrond op een belangenafweging waarin "de belangen en behoeften" van de onderhuurders mede zijn betrokken. Weliswaar begeeft de rechtbank zich niet in een onderzoek van de specifieke belangen en behoeften van juist deze onderhuurders, maar daarvoor bestond ook geen aanleiding, nu [verzoeker] daaromtrent niets had gesteld. De motiveringsklacht van het middel gaat derhalve niet op.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd099bc0dcf4edef5ddd8eee4c006e675019d752b5fc58ceabfa73ccf6555045. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd099bc0dcf4edef5ddd8eee4c006e675019d752b5fc58ceabfa73ccf6555045, en de alinea staat in dat document op bytes 10307 tot 11318.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cd099bc0dcf4edef5ddd8eee4c006e675019d752b5fc58ceabfa73ccf6555045 | shasum -a 256