Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 1984

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 30 november 1984

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 1984, ECLI:NL:PHR:1984:AG4913.

Voor de wetsgeschiedenis van de hier besproken zinsnede uit art. 1623e, lid 1 onder 3°, moge ik verwijzen naar A. Bockwinkel, "Verkenningen omtrent het nieuwe huurrecht woonruimte" (1982), p. 135-138, en naar de conclusie OM voor HR 1 juli 1982, N3 1982, 547, p. 1917-1918, waaruit blijkt dat bedoelde zinsnede afkomstig is uit het vroeger toepasselijke art. 18 lid 2 aanhef en onder b Huurwet. Bij de totstandkoming van art. 1623e, lid 1 onder 3°, BW is in de Tweede Kamer een discussie gevoerd over de vraag of het begrip "passend" impliceert dat er wat het woongenot betreft, geen wezenlijke verandering mag optreden. Het Kamerlid Beckers-de Bruyn beantwoordde die vraag bevestigend, maar kreeg de minister niet mee, en naar mijn indruk biedt de wetsgeschiedenis als geheel onvoldoende steun aan een bevestigend antwoord. Zie Hand. II 17 mei 1979 p. 5023, 5074, 5086-5087; Bockwinkel, a.w., p. 138.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd099bc0dcf4edef5ddd8eee4c006e675019d752b5fc58ceabfa73ccf6555045. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd099bc0dcf4edef5ddd8eee4c006e675019d752b5fc58ceabfa73ccf6555045, en de alinea staat in dat document op bytes 15263 tot 16180.