Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 1984
Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 30 november 1984
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 1984, ECLI:NL:PHR:1984:AG4913.
5. Onderdeel 3 van middel III kan, naar mijn indruk, niet slagen, nu [verzoeker] in hoger beroep niet heeft gesteld dat door het betrekken van de woning aan de [b-straat] belangen van zijn onderhuurders op enigerlei wijze zouden worden geschaad. Onderdeel 4 van middel III verliest uit het oog dat voor toepassing van art. 1623 e lid 1 onder 3° BW niet vereist is dat de andere woning ten tijde van de uitspraak van de appèlrechter dan wel van de daaraan voorafgaande laatste processuele handeling (indiening van een schriftuur) door de huurder, nog steeds beschikbaar is. Ten deze moge ik volstaan met een verwijzing naar de conclusie OM voor HR 1 juli 1982, NJ 1982, 547, onder nr. 4, p. 1917-1918.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd099bc0dcf4edef5ddd8eee4c006e675019d752b5fc58ceabfa73ccf6555045. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd099bc0dcf4edef5ddd8eee4c006e675019d752b5fc58ceabfa73ccf6555045, en de alinea staat in dat document op bytes 20290 tot 21169.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cd099bc0dcf4edef5ddd8eee4c006e675019d752b5fc58ceabfa73ccf6555045 | shasum -a 256